maandag 25 juli 2016

Eilandwandeling in Dalarna, midden-Zweden


Waar kun je de weidsheid van het Siljan, het grote centrale meer in de Zweedse provincie Dalarna, beter ervaren dan op een eiland. Hoewel het niet ver van de kust ligt en je er min of meer ongemerkt op rijdt, biedt het je wel de mogelijkheid om vanaf de oevers kilometers ver te kijken. Daarnaast is er op het eiland genoeg te zien en doen om je een dagje te vermaken. We gaan op pad voor een wandeling van ruim 13 km langs de oevers van het eiland Sollerön, niet ver vanaf het stadje Mora.

Met slechts 20,5 km2 is het eiland niet groot. Er wonen zo’n 1.300 mensen, waarvan ruim 1.000 in het dorp Sollerön, midden op het eiland. Daar beginnen we bij de kerk aan het dorpsplein onze tocht, nadat we broodjes hebben gekocht bij de plaatselijke supermarkt. Want het is hier zo rustig dat we niet verwachten een restaurant of café tegen te komen. Al snel wandelen we tussen oude huizen en boerderijen het dorp uit. We volgen ruim 1,5 km een stille landweg en genieten van de glooiende weides en hun bewoners en bewonderen de kleurrijke tuinen en bermen.


Kleurexplosie
Overal waar je kijkt zie je wilde lupines, variërend van paars tot roze en wit. Door de overmatige aanwezigheid van deze planten in de bermen van de weg ben je al snel geneigd te denken dat het inheemse planten zijn, maar dat is dus niet het geval. De plant is in de 19de eeuw ingevoerd in Europa vanuit Noord-Amerika en daarna snel verwilderd. Blijkbaar vindt hij/zij het hier in Zweden wel heel erg fijn, wat ze schieten in de zomer vrijwel overal op. Ze matchen in ieder geval fantastisch met de rode huizen en schuren. Zo’n Zweeds decor willen we thuis in onze tuin ook wel!

Dan komen we bij de oever van het Siljan en zien we hoe groot het meer is als je aan de oever staat. In een kleine inham liggen twee bootje die volgens ons niet echt ‘zeewaardig’ zijn voor deze enorme waterplas, zeker niet als het weer minder lieflijk is als vandaag. Maar goed, dat is niet ons probleem, wij gaan verder met onze route en volgen vanaf hier het met okergele verf gemarkeerde wandelpad langs de oever, zo’n 7 km lang.

Kinky
Er gebeuren spannende dingen op Sollerön. Althans, als we de slecht vertaalde mededelingen bij het strandje Bäcksta moeten geloven. Bij dit fraai gelegen zwemparadijsje zijn wat summiere voorzieningen aangelegd, zoals een zwemsteiger en een verkleedhokje. Het wordt beheerd door de bewoners van het gehuchtje Bråmåbo, die duidelijk trots zijn op hun eiland en zwemplek. En terecht, want het is hier heerlijk toeven, met een fantastisch uitzicht over het grote meer. In wervende woorden staat in meerdere talen beschreven wat er hier te beleven valt: zwemmen, zeevogels spotten, vissen. Maar de ongelukkige vertaling (Google translate?) suggereert meer: ‘bijpraten over een kopje koffie of gemeenschap bij de barbecue’. Kinky types, die Zweden.

Terug onder de mensen
Na bijna twee uur volmaakte stilte, inclusief een pauze om pootje te baden op onze 'eigen' zwemsteiger, keren we terug onder de mensen. Na alle omgeknaagde beverbomen en eindeloze rijen berken, rotsen en inhammetjes, krijgen we zicht op de strekdam bij het gehuchtje Bengtsarvet. Het nieuwe boothuis glimt nog van de verse laag rode verf. Hier kunnen wat grotere schepen aanleggen, al zijn dat waarschijnlijk ook hoofdzakelijk boten en zeiljachten van de eilandbewoners. We verlaten hier het kustpad en draaien landinwaarts. We wandelen al snel het gehuchtje uit en zien verrassend veel loofbomen, waaronder kastanjes, esdoorns en ook fruitbomen. Die zijn meestal niet tegen de Zweedse winters bestemd, maar kennelijk redden ze het hier dus wel, wellicht doordat het hier net iets minder koud wordt door de nabijheid van het open water. Vandaag is het dik 20plus en al helemaal niet koud. Het verkoelende windje over het water is erg welkom. 

Het ouderwetse Zweden
Onze volgende bestemming: de Hembygdsgård van Sollerön, een mini-openluchtmuseum midden op het eiland. Daar zijn niet alleen mooie oude houten huizen die hier liefdevol zijn gerestaureerd te bewonderen, maar is ook een originele kerkboot te vinden. Niet voor niets bestaat het wapen van het eiland uit een blauw schild met een grote kerkboot, beschenen door de goudkleurige zon. De oude boot staat keurig overdekt opgeborgen, een replica kan door klein en groot ‘geprobeerd’ worden. In vroeger tijden gingen de bewoners van het eiland met dit soort boten naar het vasteland om de kerk te bezoeken. Op sommige plaatsen, zoals het verderop gelegen Rättvik, wordt deze kerkgang in het hoogseizoen nog ‘nagespeeld’, voor toeristen. Compleet met kostuums en bijbehorende folklore arriveren de boten daar bij de grote kerk. Dat zijn veelal nagebouwde boten, maar hier hebben ze dus nog een ‘echte’. 

Op ons gemak wandelen we terug naar het startpunt van onze route. Niet heel moe, zeer voldaan en nog niet zat van het Siljan. Gelukkig zijn er tal van mogelijkheden om ons 'eiland-gevoel' nog even vast te houden. Een tochtje per boot, een plons in het water, of gewoon een drankje en een ijsje  op het terras van het restaurant met de toepasselijke naam 'Strand'. Wij zitten hier goed!

Dit is wandeling 13 uit Wandelen in Dalarna, een gids met 21 rondwandelingen in deze Zweedse provincie. Kijk op www.wandelenindalarna.nl voor meer informatie. Daar vind je ook de routebeschrijving van een andere wandeling uit deze gids.


Dit blog is een bewerking van een artikel dat eerder verscheen in Nordic Magazine.

donderdag 9 juni 2016

Cross the river twice, the old fashioned way: Wandelen in Dartmoor (Devon)

Ja, wij willen ook een eigen foto
Het is met afstand de beroemdste oude brug van zuidwest Engeland. De 13e eeuwse clapperbridge in het gehuchtje dat zijn naam aan de brug te danken heeft: 'Postbridge', midden in het nationale park Dartmoor. Een clapperbridge bestaat uit grote rotsplaten, geplaatst op rotsen die op de rivierbodem zijn gestapeld. Zo kon men met beladen paarden de rivier zonder veel problemen over steken. Wij bezoeken 'm vandaag, op pad voor wandeling 18 uit Wandelen in Devon. En ja, ook wij willen 'm op de foto vastleggen. Maar dat lukt nauwelijks met al die bezoekers....

Eigenlijk ligt 'ie bijna naast de weg, die beroemde brug. En je rijdt er - als je even niet oplet - zo voorbij. Wij niet, want we parkeren onze auto bij het kleine Dartmoor Information Center in Postbridge, waar hij de komende vijf uur zal blijven staan. Zo'n 50 meter verderop ligt de beroemde brug, een van de meest gefotografeerde objecten in het graafschap Devon. De wetenschap dat hij zo oud is en dat de bovenplaten nog steeds de originele rotsen uit de 13e eeuw zijn maakt toch indruk.

Bellever Tor
Pannenkoeken
We gaan op pad voor een 15,7 km lange tocht die ons even door het bos voert, maar dan al snel op de 'moors' brengt. Die zijn hier bezaaid met 'tors', geërodeerde rotspunten die boven het landschap uitsteken, in de meest wonderlijke vormen. Bellever Tor oogt als een stapel pannenkoeken, maar dan van keihard graniet. Het levert een wonderlijk, groen en glooiend landschap op, bezaaid met stenen uitstulpingen waar je behalve omheen lopen ook op kan klimmen en klauteren, om je blikveld nog wat te verbreden.

Wat is het?
Kleur
Rondom die Tors groeit en bloeit ook weer van alles, voor zover het niet vertrapt is door klauterende kinderen en hun lichtelijk vermoeid ogende ouders die voor ons net even de Tor hebben 'gedaan'. De schade valt mee, we zien nog heel wat bloeiers die knap afsteken tegen het grijze graniet, zoals een geel netelachtig plantje. Geen idee want het is, maar het matcht goed met het geel van de bremstruiken die in dit jaargetijde (eind mei) ook hun gele gloed nog hebben.

Jong grut
Wildfotografie (not)
De wild ponies van Dartmoor zijn helemaal niet zo wild als hun benaming wil doen geloven. Ze grazen rustig om de Tors heen en kijken nauwelijks op als er twee lange mannen met rugzakjes stoppen en een fototoestel te voorschijn halen. Ze lijken redelijk gewend aan dit soort aandacht en zelfs de merries met veulens lijken zich weinig van ons aan te trekken. Het kersverse nageslacht van dit voorjaar kunnen we zonder problemen vastleggen.
Dan wordt het hoogtijd voor het serieuze wandelwerk want we hebben nog wel wat kilometers voor de boeg. We slingeren door het open land, waar af en toe nauwelijks een pad zichtbaar is. Het is heerlijk rustig, want we zijn veraf geraakt van de 'attractie' clapperbridge en de meeste teenslippertoeristen wagen zich niet zo ver weg van de auto. Dat geluksgevoel duurt wel zo'n 1,5 uur, tot we uitkomen bij een weg, een brug over de rivier Dart en jawel, een restaurant. Het terras lokt, maar de drukte schrikt ons af en we marcheren snel verder. Wij doen wel een pauze op een boomstam!

Bruisend en koud!
Waterpracht
Via de eerder genoemde brug - een hele gewone -  zijn we aan de overzijde van de rivier Dart gekomen. Die is als naamgever van het nationale park (Dartmoor) verrassend smal. Het kristalheldere water slingert behendig tussen rotsen en stenen door met een flinke vaart. Het lijkt erg aanlokkelijk om de schoenen even uit te doen en de voeten te koelen, maar 1 vinger in het ijskoude water is genoeg om ons onmiddellijk te doen afzien van dat plan. Het voorjaar heeft het winterkoude water nog niet erg opgewarmd. Nog een paar maanden wachten!

Stap voor stap

Surprise!
We volgen de loop van de smalle rivier geruime tijd, tot zich nog een bijzonder fraaie verrassing aandient. De route blijkt de rivier nogmaals over te steken, maar nu via een serie stapstenen. Die zien er ook niet uit alsof ze gisteren zijn neergelegd, maar zijn kennelijk minder bezienswaardig ('te ver lopen') voor de meeste toeristen dan de clapperbridge die naast de weg ligt. We stappen van steen naar steen en bereiken met droge voeten de overkant. Het liefst zou ik nog drie keer heen en weer gaan, maar er moet toch nog zo'n 4 km afgelegd worden. Dus voort maar weer!

We wandelen op de rand van bos en moors terug richting Postbridge, met op de achtergrond het zachte ruisen van de rivier, die hier nergens ver weg is. Voldaan en een beetje rozig van het zonnetje komen we terug bij onze auto. De meeste toeristen zijn weg, we hebben de clapperbridge voor ons zelf. Eindelijk het ideale fotomoment!

Dit is wandeling 18 uit de Wandelen in Devon, een gids met 20 rondwandelingen in het graafschap Devon, zuidwest Engeland. Kijk op www.wandelenindevon.nl voor meer informatie. Daar vind je ook de routebeschrijving van een andere tocht uit deze gids.
   

woensdag 20 januari 2016

Uitzicht over het Tramuntana gebergte op Mallorca


Zicht op Bunyola
Bunyola ligt er rustig bij op deze mooie ochtend. Sowieso is het niet echt een van de populairste toeristenplaatsjes op Mallorca, maar vandaag lijkt het wel of ook een groot deel van de inwoners elders is. Wat ons betreft geen bezwaar, het versterkt alleen maar het gevoel dat we iets 'anders dan anderen' doen. Want Mallorca is een populaire bestemming voor een strandvakantie, wandelaars zie je hier in het binnenland een stuk minder. En als ze er al zijn, dan bevinden ze zich in ieder geval niet in Bunyola. Daar gaan we wat aan doen! Op pad voor wandeling 2 uit onze gids Wandelen op Mallorca. 

We verlaten het dorpsplein bij de kerk en gaan via de Carrer Mare de Déu de la Neu richting de trappen van de Carrer de la Luna (alleen die naam al!). Daar zetten we de eerste stappen omhoog, weg uit de bewoonde wereld, op weg naar de top Penyal d'Honor. Een blik achterom, over de rood-bruine daken van de huizen en dan voorwaarts mars!

Even een versterking

Omhoog
Dat 'mars' valt al snel tegen, want we stijgen flink. Ons pad, sporadisch gemarkeerd met een houten paaltje en bordje, slingert omhoog, passeert een oude kalkoven en blijft de hoogte in gaan. Na een uur klimmen bereiken we de eerste bergtop, op 544 meter hoogte. Mooie plek voor een pauze, dus de waterfles en de meegebrachte donuts worden te voorschijn gehaald. De lucht is nog nevelig, maar rond de middag zal die verdwenen zijn, zo belooft het weerbericht. We'll see!

Uitzicht vanaf de observatiehut
Topprestatie
Met deze suiker-boost achter de kiezen kunnen we met nieuwe energie verder. Op naar de volgende bergtop. We slingeren soms met haarspeldbochten omhoog, er lijkt vooralsnog geen einde te komen aan ons pad. Tot we opeens op een houten wegwijzer stuiten die ons links af stuurt naar de Penyal d'Honor. Nog even doorbijten en dan bereiken we een observatiehut van de brandweer die hier zomers de wacht houdt. Nu is hij onbezet en hebben we het wonderschone uitzicht over het Tramuntana-gebergte helemaal voor ons zelf. Mallorca, wat ben je mooi vanaf 805 meter!

Daar hangt iemand!
Creatief met bergen
We zijn vandaag nog geen andere wandelaars tegen gekomen, kennelijk is dit stuk van het gebergte wat minder in trek bij wandelaars. Mallorca kent zijn eigen GR, de 221, die van west naar oost loopt, 140 km lang. Maar dit stukje van de Serra de Tramuntana doet hij niet aan.
We beginnen aan de afdaling, die net als de weg omhoog op sommige punten behoorlijk steil is. Verderop lopen we een stukje door het bos, waarna we uitkomen bij een kloof, met aan de overkant een steile rotswand. Daar hangt een man iets engs te doen, waar je spontaan hoogtevrees van krijgt als je 'm bezig ziet. We zien een staalkabel, horen hem hameren om zijn weg omhoog verder te zekeren. Vast heel veilig en verantwoord, maar we wachten toch maar niet om te zien of het niet toch nog ergens fout gaat.

Holbewoning in de 21ste eeuw
Holbewoners
Bergen zijn niet alleen om over heen te wandelen of om tegenop te klimmen, je kunt er ook in wonen. Natuurlijk deden de holbewoners dat al, maar ook in modernere tijden worden de grotten nog steeds benut. Althans dat lijkt het geval bij een heuse grot-woning, een soort huis in de berg waar we langs komen als Bunyola alweer in zicht komt. Sa Cova - zo heet het huis - is bewoond en ziet er goed onderhouden uit. Ongetwijfeld nogal donker binnen, maar wat geeft dat in een land waar je negen maanden van het jaar hoofdzakelijk buiten bent?

Dropjes
Vanaf de toerit van Sa Cova lopen we naar een stoffige grindweg die richting de bewoonde wereld leidt. Na een paar huizen bereiken we een smalle asfaltweg. En net op het moment waarop je denkt dat je echt natuurschoon vanaf nu wel kunt vergeten, staan ze daar - nota bene in de berm - te pronken: bee orchids. Stoer en fris, alsof ze de paar passerende auto's uitdagen. Deze variant heeft wel hele zwarte knoppen, waardoor het lijkt alsof er dropjes aan de frisgroene steeltjes hangen in plaats van bloembladeren. Op je buik liggen in een berm trekt bekijks, maar dat weerhoudt ons er niet van om een fotosessie te wijden aan deze orchideetjes. Alles voor het boek!

Zo bereiken we na bijna 6 uur (als je normaal doorloopt is het maar 4 uur!) Bunyola weer. De rust van vanmorgen is inmiddels verdwenen. Auto's rijden rond de kerk, een bus toetert als hij optrekt. Die levendigheid heeft zo zijn voordelen: bij het café aan de overkant wappert nu een vlag: dos café por favor!

P.s. Eenmaal terug in Nederland blijkt dat we niet naar de top van de Penyal d'Honor zijn geklommen, maar net er naast.... Nou ja, ook mooi!

Dit is wandeling 2 uit Wandelen op Mallorca, een gids met 21 rondwandelingen. Kijk op www.wandelenopmallorca.nl voor meer informatie. Daar vind je ook de routebeschrijving van een andere route uit deze gids.